
'Er waren 45.880 toeschouwers bij Ajax-FC Utrecht'; 
NRC.NEXT
10 februari 2012 vrijdag
Section: Op de hoogte
Steven Verseput
De aanleiding
Afgelopen zondag was in de Amsterdam Arena de eredivisiewedstrijd Ajax-FC Utrecht (0-2). Volgens onder andere weekblad Voetbal International, de NOS, de officiële website van Ajax, tv-zender Eredivisie Live en sportdatabureau Infostrada was het toeschouwersaantal bij deze wedstrijd 45.880. De Arena telt 52.960 stoelen. De vele lege plekken deden vermoeden dat er veel minder toeschouwers waren dan gemeld. Kloppen die toeschouwersaantallen wel?
Hoe wordt er gemeten?
Ajax meldt na iedere eredivisiewedstrijd het aantal verkochte kaarten: alle seizoenkaarthouders (dit seizoen ruim 42.500), de losse verkoop en de verkochte skyboxplaatsen en business seats. Maar er is altijd een deel dat niet komt, het werkelijke aantal is dus lager.
Door bij binnenkomst het kaartje of seizoenkaart te scannen meet Ajax hoeveel mensen er feitelijk naar een duel zijn geweest. Dit aantal is vóór het eindsignaal bekend. Toch meldt Ajax het aantal verkochte kaarten, niet het feitelijke bezoekersaantal.
Ajax is geen uitzondering, zo blijkt uit een rondgang van deze krant langs de achttien eredivisieclubs. Inclusief Ajax zijn er dertien clubs die het aantal verkochte kaarten als bezoekersaantal melden: NEC, VVV-Venlo, Feyenoord, AZ, FC Twente, Vitesse, FC Groningen, FC Utrecht, Excelsior, Roda JC, De Graafschap en NAC. Bijna allemaal zouden ze het echte bezoekersaantal kunnen geven - alleen FC Utrecht heeft geen geautomatiseerd meetsysteem. Redenen om alleen het aantal verkochte plaatsen te noemen:
,,Onze bedrijfsvoering is op basis van het aantal verkochte kaarten." (woordvoerder van Ajax).
,,Ze geven een reëel beeld van wie voor een wedstrijd wil betalen." (woordvoerder van Feyenoord).
,,We willen een zo hoog mogelijk toeschouwersaantal." (medewerker ticketing van VVV-Venlo).
Vijf clubs melden wél het aantal bezoekers dat werkelijk bij de wedstrijd is geweest: RKC Waalwijk, SC Heerenveen, PSV, ADO Den Haag en Heracles Almelo.
En, klopt het?
Volgens diverse media bedroeg het aantal toeschouwers bij Ajax-FC Utrecht afgelopen zondag 45.880. In werkelijkheid passeerden 29.200 mensen de toegangspoortjes in de Arena, zo blijkt uit cijfers van Ajax. Een no show (wel betaald, niet gekomen) van 36 procent. Er kwamen minder mensen doordat het erg koud was, zegt de woordvoerder. De verschillen zijn vaker fors, blijkt uit een overzicht van de zeventien thuiswedstrijden in de eredivisie van Ajax vorig seizoen. In totaal waren voor al deze duels 829.738 plaatsen verkocht, maar slechts 659.430 mensen kwamen daadwerkelijk naar het stadion: een no show van 21 procent. Uitschieter naar beneden was de wedstrijd tegen NEC op 4 december 2010. Er kwamen 21.706 mensen naar de wedstrijd, terwijl er 47.923 kaarten waren verkocht - een no show van 55 procent. Veel mensen vierden toen Sinterklaasavond en er waren acties aangekondigd met betrekking tot Cruijff en de raad van commissarissen, aldus de woordvoerder.
Zijn de cijfers van belang?
Ja, want de bezoekersaantallen tellen mee in het zogeheten CPM-model. Deze 'Club Positioning Matrix' is een onderzoek van het bureau SPORT+MARKT naar de imagowaarde van de eredivisieclubs. Naast stadionbezoek zijn de indicatoren onder meer de merkwaarde, de doelgroep en de omzet. De uitkomst van dit jaarlijkse onderzoek wordt door de Eredivisie CV, de belangenvereniging van clubs, mede gebruikt voor het verdelen van de tv-gelden onder de eredivisieclubs (dit seizoen 40 miljoen euro).
SPORT+MARKT baseert zich op de bezoekersaantallen die zijn gemeld in Voetbal International, dat zich op zijn beurt weer baseert op cijfers die de clubs verstrekken. Gevolg is dat er in het onderzoek twee soorten cijfers door elkaar heen worden gebruikt: vijf clubs met daadwerkelijke bezoekersaantallen en dertien clubs, waaronder Ajax, met het aantal verkochte kaarten.
De clubs die het aantal verkochte kaarten opgeven, hebben daarmee een voordeel. In het CPM-model tellen stadiongrootte en bezettingsgraad samen voor 13 procent mee. Het CPM-model als geheel telt voor 50 procent mee bij de verdeling van de tv-gelden - de andere 50 procent wordt bepaald door de stand op de ranglijst in de drie voorgaande seizoenen.
Conclusie
Dertien van de achttien eredivisieclubs geven wekelijks het aantal verkochte kaarten op als toeschouwersaantal. Media nemen dit getal steevast over - en het aantal bepaalt mede hoe de tv-gelden worden verdeeld. Ten onrechte, want het werkelijke toeschouwersaantal ligt lager. Ter illustratie: Ajax meldde op de clubsite bij het wedstrijdverslag van Ajax-FC Utrecht: 'Toeschouwers: 45.880', terwijl er 29.200 mensen naar de wedstrijd kwamen - 36 procent minder. Vorig seizoen was dit no show-percentage bij thuiswedstrijden van Ajax gemiddeld 21 procent. We beoordelen de toeschouwersaantallen van de dertien clubs*, waaronder die van Ajax, als onwaar.
Gemeld op zondag 5 februari door onder meer Voetbal International, Eredivisie Live, NOS, http://Ajax.nl, Infostrada Sports.
Next checkt verder nog
'Zonne-energie is in 2040 een rendabel alternatief voor fossiele brandstof.'
Shell in een bijlage bij NRC Handelsblad.
'Zoekresultaten op Google verschillen per persoon.'
Eli Pariser in het boek The Filter Bubble.
Een bewering in het nieuws voorbij horen komen die je graag wilt laten checken door nrc.next? Stuur de bewering plus de bron naar @nrc.nl Of tip de redactie via twitter met de hashtag #. Kijk ook op http://nrcnext.nl
'Reality check' bij AZ en NAC
Het no show-percentage bij Feyenoord schommelt ieder seizoen rond de 10 procent. Precieze no show percentages van andere clubs heeft next.checkt niet, maar conservatief geschat bedraagt deze minstens enkele procenten. NAC en AZ melden het aantal verkochten kaarten na een 'reality check': ze stellen het toeschouwersaantal bij als er opvallend veel lege stoeltjes zijn.
